Oude Tijd

Oude Wijsheden voor een Nieuwe Tijd - Zoeken

Vastenavond - Aswoensdag

Vastenavond

Vastenavond

Vastenavond is een feest met een heidense oorsprong. Het vond traditioneel plaats bij het begin van de lente. Voor de oorsprong van het vastenavondfeest of carnaval moeten we een heel eind terug in de tijd. Reeds in de middeleeuwen werd er op het platteland een lentefeest gevierd: de natuur die verstard was door de barre winter werd opnieuw tot leven gewekt. Vermomd en met veel lawaai verwelkomde men de lente.

Op het einde van de middeleeuwen kreeg het feest een andere betekenis. Omdat door de vermommingen toch niemand te herkennen was, greep men deze gelegenheid aan om kritiek te spuien op de rijke stedelijke machthebbers. Men kon op deze manier naar hartelust spotten met de Kerk, de rechters, de stedelingen enz...

Het stadsbestuur was natuurlijk niet erg opgezet met deze uitspattingen waarbij ze zelf op de korrel werden genomen, maar ze lieten het volk toch begaan. Zij wisten immers dat, na een drietal dagen, alles weer zijn gewone gangetje zou gaan en zij weer de scepter zouden zwaaien.

Toch bleek het vuur van het vastenavondfeest al snel over te waaien naar de jongelingen in de steden. Ook zij werden gebeten door de carnavalsmicrobe en hingen met vastenavond de beest uit: zij dronken, aten, dansten en feestten erop los.

Tijdens het feestvieren trok er ook een 'blauwe schuit' rond in de straten van de stad waarop mensen stonden die vermomd waren en spot dreven met de maatschappij. Wellicht was dit de voorloper van onze carnavalsstoeten.

Veel stedelingen begonnen zich echter aan deze totale losbandigheid te ergeren. Ook na de kerstening van onze contreien bleef dit feest de kerkelijke vastenperiode verstoren. Omdat de Kerk er niet in slaagde de heidense gebruiken uit te bannen stond zij toe dat het carnavalsfeest plaatsvond vóór de eigenlijke vasten begon. De stedelijke overheid ging ook het feest in goede banen leiden: zo werden o.a. prijzen uitgereikt voor de best verklede en grappigste deelnemer. Ook hier zie je het verband met onze hedendaagse prins carnavalsverkiezingen.

Na de middeleeuwen verdween de vastenavondviering. Pas in de negentiende eeuw raakt het feest weer volop in trek.

Aswoensdag

Aswoensdag, de woensdag na Vastenavond én het begin van de vasten of veertigdagentijd, wordt ook wel eens 'kruiskensdag' genoemd. Op Aswoensdag drukt de priester het askruisje, als symbool van de sterfelijkheid, op je voorhoofd en zegt daarbij: 'Gedenk dat gij van stof zijt en tot stof zult weerkeren.'

As heeft ook een reinigende werking, en staat daarom ook symbool voor een nieuw, 'proper' leven. Met Aswoensdag beloof je dan ook beter te gaan leven.

In de vroege middeleeuwen gaf het opleggen van as de start van de boetetijd aan. Eerst was dit ritueel alleen bestemd voor de zondaars die officieel boete moesten doen. Later nam iedereen deel aan de asoplegging. Bij mannen werd dan het hele hoofd met as bestrooid, bij vrouwen bleef het tot het voorhoofd beperkt. Later werd de asoplegging herleid tot een symbolisch kruisje.

Volksgebruiken

Vroeger geloofden de kinderen dat zij een nieuw pak van de pastoor kregen, of gratis bij de paters mochten gaan eten, als zij hun kruisje tot Pasen op hun voorhoofd konden houden.

Over Aswoensdag doen de volgende weerspreuken de ronde: 'Het weer van Aswoensdag houdt men de gehele vasten', en 'Schijnt op Aswoensdag de zon, dan wordt het een goed appeljaar.'

Omdat men vroeger, tijdens de vasten, geen vlees maar wel vis mocht eten, legden veel mensen een grote voorraad haringen aan. In sommige streken van Vlaanderen werd het vasten ingezet met het 'haringbijten', ook wel 'haringrijden' of 'haringspringen'. Boven de huisdeur werd een haring opgehangen en al springend probeerden de bewoners de kop van de haring af te bijten...